 |
VAAK GESTELDE VRAGEN OVER GELUID -
Hoofdstuk 7 redactie: Elly Waterman |
|
Voor Inhoudsopgave klik hier.
7. Geluidwetgeving
7.1 Welke Nederlandse geluidwetgeving bestaat er? De
Geluidwetgeving in Nederland wordt beheerd door de ministeries van VROM,
VWS en V&W. De wetgeving bestaat uit de volgende wetten, waarbij wordt
aangetekend dat deze lijst waarschijnlijk niet volledig is:
- Wet geluidhinder (Wgh). Deze bestaat sinds het einde van de jaren zeventig
en vormt het juridische kader. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van
bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidshinder door onder meer
industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer.
- Europese Richtlijn Omgevingslawaai wordt momenteel (2003) door Nederland
in de wetgeving opgenomen. De richtlijn bevat de volgende elementen:
- harmonisatie van geluidsmaten en rekenmethoden;
-
inventarisatie van de problematiek door het maken van geluidskaarten;
-
opstellen van actieplannen;
-
bewustmaken van het publiek.
De ontwerprichtlijn heeft betrekking op "agglomeraties"
met meer dan 250.000 inwoners en op grote infrastructurele geluidsbronnen. Op
18 juli 2004 zal Nederland deze richtlijn moeten hebben omgezet in nationale
wetgeving. Dan moeten ook de agglomeraties gedefinieerd zijn In januari 2003 zal daartoe het wetsvoorstel en de Memorie van
Toelichting voor advies aan de Raad van State worden voorgelegd.
- Saneringsbesluit geluidhinder wegverkeer. Hiermee worden bestaande
ongunstige situaties opgelost. Dit is een zeer langdurig proces.
- Besluit geluidhinder spoorwegen (zie paragraaf 7.2)
- Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen
- Wet milieubeheer. Op grond van deze wet kan een vergunning worden
verleend voor een inrichting. Aan de vergunning kunnen bepaalde beperkingen
worden verbonden in de vorm van geluidsvoorschriften ter bescherming van omwonenden en
natuurwaarden.
- AMvB's. Veel kleinere bedrijven, waaronder de horeca, zijn
vrijgesteld van de vergunningplicht uit de Wet Milieubeheer, maar moeten voldoen aan algemene regels
die in de vorm van een algemene maatregel van bestuur (AMvB) per branche zijn
vastgesteld. In deze algemene regels, die landelijk gelden, zijn ook
geluidsvoorschriften opgenomen. Bij de AMvB's kan het bevoegd gezag 'bij
nadere eis' van de landelijke richtwaarden afwijken. De belanghebbenden worden
in staat gesteld hun zienswijze te geven en eventueel de beslissing ter
beoordeling voor te leggen aan de rechter.
- Reken- en meetvoorschrift verkeerslawaai. Dit voorschrift geeft aan
hoe in het kader van de Wet geluidhinder een geluidsbelasting op bijvoorbeeld
woningen bepaald moet worden.
- Reken- en Meetvoorschriften Railverkeerslawaai, geeft aan hoe met
spoorweggeluid moet worden gerekend.
- Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999. Aan de hand van de meet- en rekenmethoden van de handleiding worden
geluidsniveaus bepaald. Deze handleiding wordt gebruikt bij de
vergunningverlening in het kader van de Wet milieubeheer.
- Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. De handreiking
is vooral bedoeld voor ambtenaren die adviseren over het geluidsaspect in
milieuvergunningen.
- Woningwet. In het Bouwbesluit, dat op deze wet steunt, is een aantal voorschriften
voor bouwwerken opgenomen. Deze voorschriften hebben betrekking op de
geluidsisolatie van buiten naar binnen (bijvoorbeeld in verband met
verkeerslawaai) en de isolatie tussen woningen onderling (burenlawaai).
- Arbeidsomstandighedenwet stelt regels ter beperking van geluidshinder binnen het bedrijf
ter bescherming van medewerkers. Zo moeten medewerkers soms gehoorbeschermers
dragen.
- Luchtvaartwet.Op grond van deze wet is bepaald waar de geluidszones
rond binnenlandse vliegvelden liggen. In die zones moeten maatregelen
getroffen worden om de geluidshinder te beperken, zoals beperking van
vliegbewegingen of isolatie van woningen.
- Wetboek van Strafrecht. In dit wetboek is het opzettelijk verstoren
van de rust en het maken van rumoer of burengerucht, waardoor de nachtrust
wordt verstoord, strafbaar gesteld.
- Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV's) van gemeenten. In APV's staan vaak regels die als kapstok kunnen dienen voor vormen van
geluidshinder die niet zijn geregeld in de Wet geluidhinder of de Wet
milieubeheer. Denk hierbij aan het blaffen van honden of het gekraai van een
haan, lawaaiige hobby's, popconcerten etc.
- Wet op de ruimtelijke ordening. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening worden streek-, structuur- en
bestemmingsplannen gemaakt. Hiermee is het mogelijk er, in een vroeg stadium,
voor te zorgen dat belangrijke lawaaibronnen, zoals bijvoorbeeld
industrieterreinen, niet te dicht bij de woonomgeving worden gesitueerd.
- Circulaire Bouwlawaai. Deze geeft wat regels voor het lawaai bij
bouwen, zoals heien, pompen en dergelijke.
- Circulaire Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de
inrichting. Vanwege de
publicatie datum wordt dit de “schrikkelcirculaire" genoemd. Deze geeft
aanwijzingen voor de beoordeling van transportbewegingen buiten de inrichting
bij de vergunningverlening op grond van de Wet milieubeheer
- Tracéwet: In deze wet zit veel geluidwetgeving opgenomen die
bedoeld is voor de aanleg van wegen en spoorlijn die MER-plichtig zijn.
- Besluit op de Milieu effect rapportage: grotere projecten moeten
voordat tot uitvoering wordt besloten intensief op milieueffecten worden
bekeken, waaronder ook geluid. Er moeten alternatieven voor de ingreep in
kaart worden gebracht, alsmede een "meest milieuvriendelijk alternatief", dat
echter wegens geldgebrek meestal niet wordt uitgevoerd.
- Spoedwet wegverkeer is erop gericht de aanleg van spitsstroken en
dergelijke te versnellen, door hetzij de Tracéwet procedure te volgen, hetzij
het treffen van maatregelen uit te stellen.
7.2 Welke regels staan er in het
Besluit Geluidhinder Spoorwegen?
Het Besluit Geluidhinder Spoorwegen (Bgs) bevat wetgeving die gericht is op
het voorkómen van nieuwe geluidhinder situaties, en wetgeving die erop gericht
is dat bestaande situaties niet verslechteren (het “stand still principe” ten
opzichte van het jaar 1987). In het Bgs is ook omschreven wat er moet gebeuren
als de spoorwegbeheerder iets verandert aan de spoorlijn, dan kan er een
zogenaamde "wijziging Bgs" optreden. Wat er dan moet gebeuren is in het Bgs
omschreven in een aantal stappen, die hierna worden toegelicht. In het laatste
onderdeel wordt ingegaan op de interpretatie.
- Wat is een wijziging van een spoorweg?
- Welke uitzonderingen zijn er op deze definitie?
- Wanneer leidt een wijziging tot een overschrijding van geluidsnormen op
woningen?
- Wat moet er gebeuren als er een wijziging optreedt?
7.2.1. Wat is een wijziging van een spoorweg?
Het Bgs definieert het begrip "wijziging spoorweg" in Artikel 1, eerste lid
onder d als volgt: " wijziging van een spoorweg: een wijziging met betrekking
tot een aanwezige spoorweg, die verandering brengt in de omstandigheden welke
ingevolge de regels die gelden bij de vaststelling van de geluidsbelasting
vanwege die spoorweg in acht genomen moeten worden;"
In de nota van toelichting van het Bgs, in onderdeel C, staat dat “onder een
wijziging in het kader van dit besluit wordt verstaan elke verandering in de
invoergegevens van het op grond van artikel 23 door Onze Minister op te stellen
Reken- en Meetvoorschrift”.
7.2.2. Welke uitzonderingen zijn er op deze definitie?
In het Bgs in artikel 1 worden twee soorten uitzonderingen gedefinieerd die
niet gelden als een wijziging spoorweg. De eerst groep uitzonderingen betreft
kleine wijzigingen van een spoorlijn die behoren tot de fluctuaties die bij
normale exploitatie optreden. De tweede groep heeft betrekking op kleine toename
van het geluidsniveau op woningen.
uitzondering bij fluctuaties in de normale exploitatie
Deze groep uitzonderingen is als volgt gedefinieerd: "Onder een wijziging van
een spoorweg wordt in dit besluit niet verstaan de afzonderlijke omstandigheid
die bestaat uit:
- een verhoging van minder dan 45% in de maatgevende intensiteit van door
Onze Minister te bepalen categorieën railvoertuigen op een bepaald
spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten in de ingevolge
artikel 1, eerste lid, onder f, in acht te nemen etmaalperiode;
- een verhoging van 20% of minder van de verkeerssnelheid van door Onze
Minister te bepalen categorieën railvoertuigen op een bepaald spoorweggedeelte
of een combinatie van spoorweggedeelten in de ingevolge artikel 1, eerste lid,
onder f, in acht te nemen etmaalperiode;
- een horizontale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner
dan twee meter;
- een verticale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan
een meter
- dan wel het ter vervanging aanbrengen van een baanconstructie, die,
bepaald met inachtneming van de door Onze Minister op grond van artikel 23
gestelde regels, niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie."
uitzondering bij kleine toename van de geluidsbelasting
De tweede soort uitzonderingen heeft betrekking op wijzigingen die slechts
leiden tot een geringe geluidtoename in situaties met geluidniveaus onder de
grenswaarde voor geluidsanering (65 dB(A)). Dit is als volgt in het Bgs
verwoord:
Er "wordt onder een wijziging van een spoorweg in dit besluit niet verstaan
een wijziging die een verhoging van 2 dB(A) of minder tot gevolg heeft, en
tengevolge waarvan de geluidsbelasting van de uitwendige scheidingsconstructie
van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan 65
dB(A)."
7.2.3. Wanneer leidt een wijziging tot overschrijding van geluidsnormen op
woningen?
Als er een wijziging optreedt wordt bekeken of de toekomstige
geluidsbelasting toelaatbaar is. Daarbij wordt onderscheid gemaakt of er al
eerder een geluidprocedure is gevoerd met daarbij een hogere waarde
(bijvoorbeeld bij nieuwbouw van woningen), of dat er sprake is van een
historisch gegroeide situatie. Er wordt hier gesproken over “woningen”, maar ook
voor andere geluidgevoelige bestemmingen, zoals bijvoorbeeld ziekenhuizen en
scholen.
Geluidbelastingen onder de voorkeurswaarde (57 dB(A) voor wonignen) zijn
altijd toegestaan, welke toename er ook optreedt.
De ten hoogste toelaatbare waarde is in het geval dat een hogere waarde
verleend is:
- de laagste van de volgende twee waarden:
- geluidbelasting huidige situatie (voor de wijziging)
- geluidbelasting volgens de hogere waarde
Als er geen hogere waarde verleend is, is de ten hoogste toelaatbare
geluidbelasting:
- de laagste van de volgende twee waarden:
- geluidbelasting huidige situatie (voor de wijziging)
- geluidbelasting in het jaar 1987 (de invoering van het Bgs).
Met name het laatste criterium weerspiegelt de geest van het Bgs, het
“stand-still” principe.
7.2.4. Wat moet er gebeuren als er een wijziging optreedt?
Als de spoorbeheerder een wijziging Bgs wenst door te voeren, dient hij een
akoestisch onderzoek naar geluidniveaus bij woningen uit te voeren en te toetsen
aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Dit dient hij ook te doen bij
afname van geluidniveaus, aangezien hij moet toetsen of de geluidbelasting op
woningen niet hoger dan 65 dB(A) zal zijn. Uit het akoestische onderzoek blijkt
waar overschrijdingen van de ten hoogste toelaatbare waarden verwacht worden.
Voor deze geluidgevoelige bestemmingen zijn maatregelen nodig en is het volgen
van een geluidproducedure (in dit geval artikel 19 Bgs ) aan de orde. In die
procedure neemt de gemeenteraad een besluit over de te nemen maatregelen
(bijvoorbeeld het plaatsen van geluidschermen) en wordt voor woningen waar deze
maatregelen onvoldoende zijn een “hogere waarde procedure” gevolgd. Op basis
daarvan worden de woningen onderzocht om te bezien of de binnenwaarde aan de
normen voldoet. Tenslotte worden, als dat nodig blijkt, deze woningen beter
tegen het geluid geïsoleerd.
7.3 Wat is de Europese richtlijn Omgevingslawaai?
De Europese Richtlijn Omgevingslawaai is een richtlijn, opgesteld door de
Europese Commissie, waarmee de EU de verschillende dosismaten voor geluid in de
verschillende Europese landen wil harmoniseren. Bovendien worden de landen
verplicht om over de geluidsbelasting in hun land te rapporteren, en dit ook aan
het publiek openbaar te maken.
De richtlijn bevat de volgende elementen:
- harmonisatie van geluidsmaten en rekenmethoden;
- inventarisatie van de problematiek door het maken van geluidskaarten. Bij
deze kaarten moet niet alleen letterlijk aan kaarten gedacht worden, maar ook
aan tabellen met aantallen woningen met een bepaalde geluidsbelasting;
- opstellen van actieplannen;
- bewustmaken van het publiek.
De ontwerprichtlijn heeft in de eerste plaats betrekking op agglomeraties met
meer dan 250.000 inwoners en op grote infrastructurele geluidsbronnen, zoals de
meeste rijkswegen en spoorlijnen in Nederland. Op 18 juli 2004 zal Nederland
deze richtlijn moeten hebben omgezet in nationale wetgeving. In januari 2003 zal
daartoe het wetsvoorstel en de Memorie van Toelichting voor advies aan de Raad
van State worden voorgelegd.
Op Europees niveau is, als voornaamste doel op het gebied van geluidshinder,
gesteld dat niemand mag worden blootgesteld aan geluidsniveaus die zijn of haar
gezondheid en de kwaliteit van zijn/haar bestaan in gevaar brengen. Op 18 juli
2002 is, als onderdeel van een nieuw Europees raamwerk voor geluidsbeleid, de
Richtlijn Omgevingslawaai gepubliceerd. Het doel van de richtlijn is, om op
basis van prioriteiten, de schadelijke gevolgen (inclusief hinder) van
blootstelling aan omgevingslawaai te vermijden, voorkomen of verminderen.
Daarnaast moet de richtlijn een grondslag gaan bieden voor het ontwikkelen
van Europees bronbeleid. Het gaat daarbij om eventuele aanscherping van de
maximale geluidsniveaus (bronvermogens) van de belangrijkste bronnen. Hieronder
vallen onder andere weg- en spoorwegvoertuigen en -infrastructuur, vliegtuigen,
materieel voor gebruik buitenshuis en in de industrie en verplaatsbare machines.
De invoering van een Europees systeem van geluidsbelastingkaarten vereist de
invoering van geharmoniseerde geluidsbelastingindicatoren. Voor het bepalen van
de hinder is dit de Lden en voor slaapverstoring de Lnight (de equivalente
geluidsbelasting gedurende de gehele nacht).
Totdat deze richtlijn wordt geïmplementeerd gebruikt men in Nederland de
etmaalwaarde.
Bron: De tekst van dit onderdeel is gebaseerd op informatie op de website
van het ministerie van VROM.
            
Voor Inhoudsopgave klik hier.
Laatst gewijzigd: 26 september 2003
|
|